Veelgestelde vragen

De sectie met veelgestelde vragen wordt periodiek bijgewerkt op basis van de binnenkomende vragen.

Op zoek naar de FAQ CO2-reductietool? Klik hier.

Zijn de doelstellingen voor 2030 en 2050 haalbaar?

Met de wereld van 2019 zijn de doelstellingen van 2030 technisch en economisch al haalbaar voor het merendeel van de zorgorganisaties. De doelstellingen voor 2050 zijn een grotere uitdaging, maar daar is nog tijd voor.

Het is niet gek dat het lastig is op dit moment de volledige route naar het doel voor 2050 uit te stippelen. Allereerst worden de quick-wins gepakt, de latere procenten zijn van nature lastiger te behalen. Ook wordt bijvoorbeeld in de CO2-reductietool niet gerekend met technologische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld efficiëntere zonnepanelen of goedkopere en nieuwe technieken, omdat we deze niet kunnen voorspellen. Ze zullen echter wel effect hebben op de haalbaarheid van het doel. Het maken van een routekaart is niet een eenmalige oefening. Deze zal periodiek herhaald moeten worden om op basis van de nieuwste inzichten de plannen bij te stellen.

Het streefdoel van 2030 is richtinggevend en niet hard. Bij een grote afwijking ten opzichte van het behalen van het streefdoel of de route daarheen kan de overheid in dialoog met de sector nieuwe eisen formuleren of bestaande aanscherpen.

Tot slot, de vraag had eigenlijk moeten zijn; zijn de CO2-doelen nodig? Het antwoord hierop is in 2015 met het klimaatakkoord van 198 landen al gegeven. Momenteel kijken we vooruit naar de meest efficiënte en effectieve uitvoering voor de zorg.

Hoe draagt CO2 besparen bij aan de gezondheid van de maatschappij?

De gezondheid en het welzijn van patiënt, cliënt en zorgprofessional wordt negatief beïnvloed; mensen worden ziek en gaan dood aan de gevolgen van de klimaat- en milieubelasting. De zorg speelt een rol van betekenis. Tussen de 5 en 7% van de CO2-uitstoot is het gevolg van onze zorgverlening en heeft dus een substantieel effect op de klimaatverandering. Daarnaast worden de grondstoffen die de zorg gebruikt steeds schaarser, waardoor er een economisch vraagstuk ontstaat. De prijs van de bedrijfsvoering van zorg loopt op. Economisch strategische keuzes zijn nodig: technische en sociale innovatie waaronder financiering onder duurzaamheidscondities zullen steeds vaker een rol gaan spelen. Op de arbeidsmarkt speelt de vergroening en verduurzaming een rol bij de keuze om bij een organisatie te werken. Zittende medewerkers vragen om actie.

Dit is de maatschappelijke druk die het gevolg is van de zichtbaarheid van klimaatverandering. Die zich vertaalt in vraagstukken als de energietransitie, grondstoffen- gebruik en -verbruik, oppervlaktewatervervuiling en een gezonde leef- en werkomgeving.

Voor meer informatie, zie ook (Engels) https://www.lancetcountdown.org/

Wat is de rol van energiegebruik in de sectorale en portefeuilleroutekaarten?

De routekaarten maatschappelijk vastgoed geven invulling aan het Klimaatakkoord. Hierin staan de plannen over de manier waarop sectoren de uitstoot van CO2 gaan reduceren. Omdat het Klimaatakkoord de schoorsteenbenadering hanteert, is de reductie van het gebruik van energie die niet op eigen perceel wordt opgewekt (bijvoorbeeld ingekochte elektriciteit), geen doelstelling. Dit kan echter leiden tot problemen bij de sectortafel Elektriciteit. Bovendien is energiegebruik reduceren een wettelijke verplichting. Om die reden is reductie van het energiegebruik ook een onderwerp van de routekaart.

Waarom mag ik Europese groene stroom niet aanvoeren als groene stroom?

Het is belangrijk dat de inkoop van groene stroom ook daadwerkelijk tot hogere productie van groene stroom leidt. Door groene stroom te kopen die buiten Nederland wordt opgewekt (zoals Noorse waterkracht) wordt er geen nieuwe groene stroom geproduceerd, waardoor dit geen duurzame keuze is. Bij deze Stimular maatregel vind je hier meer informatie over.

Wat is het effect van im- en export op de emissiecoëfficiënt van elektriciteit volgens de KEV 2019?

In de Klimaat- en Energieverkenning 2019 wordt de emissiecoëfficiënt van elektriciteit alleen bepaald voor het deel van de elektriciteit die in Nederland wordt opgewekt.

Wat is de KEV 2019?

De Klimaat- en Energieverkenning 2019 (KEV 2019) heeft in de Klimaatwet een expliciete rol gekregen om de voortgang van het klimaatbeleid adequaat te monitoren. Eenmaal per jaar moet de KEV op duidelijke en integrale wijze verslag doen van de volle breedte van het gevoerde energie- en klimaatbeleid en de verwachte effecten daarvan op de middellange termijn. De KEV 2019 is gebaseerd op het vastgestelde of voorgenomen beleid zoals dat op 1 mei 2019 bekend was. Naast dat de KEV 2019 een aantal internationale ontwikkelingen aangeeft bevat de KEV 2019 ook tal van tabellen met prognoses voor de ontwikkeling van tarieven/prijzen, energiegebruiken, emissie en emissiefactoren, etc. op nationaal en sectoraal niveau. De Klimaat- en Energieverkenning 2019 is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), ECN part of TNO, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en het Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Zie voor de KEV 2019:

https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2019

Wat is een portefeuilleroutekaart?

Een portefeuilleroutekaart is een plan dat opgesteld wordt om te werken aan het behalen van de klimaatdoelen in 2030 en 2050. Belangrijk is dat het niet bij een plan blijft, maar dat er uitvoering aan gegeven wordt. Een goede manier om dat te borgen is het overnemen met maatregelen in het meerjarenonderhoudsplan (mjop) en afstemming vinden met het langetermijnhuisvestingsplan (lthp). Handleidingen voor en voorbeelden van portefeuilleroutekaarten zijn te vinden op deze website, onder het kopje portefeuilleroutekaart.

Is het verplicht om een portefeuilleroutekaart te maken?

Op dit moment is er geen wettelijke verplichting om een routekaart te maken. Wel is er, door middel van de Green Deal, een morele verplichting om met verduurzaming bezig te gaan. De routekaarten zijn daarmee een instrument om de eigen regie op het vraagstuk van verduurzaming vast te houden. Mocht er gekozen worden de portefeuilleroutekaart toch niet uit te werken, wees er dan bewust van dat er wetgeving volgt die naar verwachting de handelingsvrijheid en mogelijkheid tot het kiezen van een eigen aanpak inperken; voorbeeld hiervan zijn onder meer de wijkaanpakken van de gemeenten of eindnormeringen.

Welke gebouwen/bouwdelen moet ik allemaal meenemen?

In principe dient de instelling alle gebouwen en gebouwdelen in eigendom, huur en verhuur mee te nemen in de portefeuilleroutekaart. Dit omvat dus alle locaties waarvan de zorginstelling exploitant is, ook huurpanden die de zorginstelling exploiteert.

Wie is bij een huurpand verantwoordelijk voor het verduurzamen?

Zie de publicatie over het split incentive die hier uitgebreid op ingaat.

Wat gebeurt er na het maken van de portefeuilleroutekaart?

Primair moet de portefeuilleroutekaart van nut zijn voor de organisatie zelf. Het is feitelijk een combinatie van het LTHP, het LTOP en de ambitie van de organisatie zelf vanuit de verduurzamingsopgave geredeneerd. Het EVZ kan geheel vrijblijvend feedback geven op opgestelde routekaarten. Het is de bedoeling dat de portefeuilleroutekaarten (op geaggregeerd niveau) aan het EVZ worden aangeleverd zodat deze gebruikt kunnen worden voor het aanpassen van sectorale routekaarten en het verkrijgen van inzicht in de inspanningen en de geprognosticeerde CO2-emissie.

Hoe kan ik als gemeente helpen om de zorgsector te verduurzamen?

Gemeentes kunnen goed bijdragen door een lokale Green Deal groep te faciliteren waarbij Milieuthermometer niveau brons behaald wordt. De Milieuthermometer Zorg biedt de zorginstellingen niet alleen handvatten voor het thema energietransitie, maar zorgt ervoor dat duurzaamheid breed in de bedrijfsvoering geborgd wordt. Zo wordt ook gekeken naar afval, mobiliteit, voeding, inkoop en andere facilitaire processen, in totaal 17 thema's. Op dit moment wordt deze lokale Green Deal aangeboden door zo'n 12 gemeentes of omgevingsdiensten en is in een enkel geval al een tweede lokale groep bezig. De uitgestoken hand van de gemeente maakt voor veel zorginstellingen de drempel precies laag genoeg om een start met duurzaamheid te 'durven' maken.

Hoe kan ik als adviseur helpen om de zorgsector te verduurzamen?

Het expertisecentrum faciliteert en stimuleert het werken aan de routekaarten, onder andere door informatie en tools beschikbaar te maken. Het expertisecentrum geeft geen 1-op-1 advies of begeleiding in het opstellen en uitvoeren van de routekaart. Daarvoor kunnen zorginstellingen terecht bij adviesbureaus. Je kunt wel bij ons terecht voor verhelderende vragen over specifieke aspecten van de (portefeuille)routekaarten en de publicaties van het EVZ.

Tools en publicaties zijn beschikbaar via de website van het expertisecentrum en daardoor ook bruikbaar voor adviesbureaus. We zullen in de komende periode een bijeenkomst voor adviesbureaus organiseren waarbij we informatie over het expertisecentrum en de tools en publicaties verstrekken.

Hoe ontwikkelt de Transitievisie Warmte van de gemeenten zich?

De Transitievisie Warmte is op het moment gericht op woningbouw, waarbij draagvlak creëren bij bewoners de grote uitdaging is. Voor bedrijventerreinen vraagt men meer om een proces om technologieën op maat te introduceren, en heeft men minder aan een globale datum wanneer een wijk moet worden aangepast. De consequentie is dat het opstellen van portefeuilleroutekaarten voor een belangrijk deel plaats zal moeten vinden voordat de Transitievisie Warmte van de gemeenten gereed is.

Hoe betrekt men de bestuurder actiever bij verduurzaming?

Dat is afhankelijk van hoe dat binnen de organisatie is geregeld, een eenduidig antwoord op deze vraag is daarom niet mogelijk. Vooral een financieel kader alsmede de bekostiging, maatschappelijke ontwikkelingen en de risico’s, ook van niets doen, zijn op dit organisatieniveau vaak van belang.